Zwaardvechtster

Uit Zaakwoordenboek der Lage Landen
Zegevierende zwaardvechtster (Hamburgs Waarhof).

Vrouwelijk zelfstandig naamwoord

Naamval Enkelvoud Meervoud
Eerste de zwaardvechtster de zwaardvechtsters
Tweede der zwaardvechtster der zwaardvechtsters
Derde der zwaardvechtster den zwaardvechtsters
Vierde de zwaardvechtster de zwaardvechtsters

Woordopbouw

zwaardvechtster

Betekenis


Eigenlijk:

1. Een vrouw die met een zwaard vecht.

Geschiedenis:

2. Een vrouw (beroeps of slaaf) in het oude Rome die toeschouwers en toeschouwsters vermaakte door een dodelijk gevecht aan te gaan met een ander, of met een wild dier.

Tegenwoord


Vertaling


Omschrijving


Betekenis 2:

De zwaardvechtster (Latijn: gladiatrix) was de vrouwelijke evenknie des zwaardvechters uit het oude Rome. Net als hun mannelijke tegenhangers bevochten zwaardvechtsters elkaar, of wilde dieren, om toeschouwers en toeschouwsters bij verscheidene spelen en feestelijkheden te vermaken. Er is heel weinig over hen bekend. Zij schijnen grotendeels dezelfde uitrusting als de zwaardvechters te hebben gebruikt, maar waren zwaar in de minderheid en werden door hun kijkers vrijwel gewis als een vreemde zeldzaamheid beschouwd. Zij schijnen te zijn ingeleid tijdens het late gemenebest en het vroege keizerrijk, en werden vanaf 200 na Christus plechtig verboden als onbetamelijk. Hun bestaan is alleen bekend uit enkele verslagen van leden der Romeinse keur en uit een heel klein aantal opschriften.[2]

Bron, aantekening en/of verwijzing