Vierde naamval

Uit Zaakwoordenboek der Lage Landen

Mannelijk naamwoordgroep

Naamval Enkelvoud Meervoud
Eerste de vierde naamval de vierde naamvallen
Tweede des vierden naamvals der vierde naamvallen
Derde den vierden naamvalle den vierden naamvallen
Vierde den vierden naamval de vierde naamvallen

Betekenis

Spraakkunst:

  1. Buigingsvorm eens naamwoords als dat de handeling die het gezegde beschrijft ondergaat of door bepaalde voorzetsels wordt voorafgegaan.[1]

Evenwoord

  1. Accusatief (Latijn, accusativus).[2]