Erventrouwnederlands

Uit Zaakwoordenboek der Lage Landen
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Het Erventrouwnederlands is een onvormelijke zijtak der Nederlandse taal gebezigd op onder andere het Zaakwoordenboek der Lage Landen, en richt zich op een woordkeus waarbij leenwoorden bedachtzaam worden toegepast (en waar mogelijk vermeden), oude (soms vergeten) woorden zoveel mogelijk worden teruggebracht, den tweede naamval de voorkeur geniet indien mogelijk, en het behoud der woordgeslachten voorop staat met een nadruk op vrouwelijke zelfstandige naamwoorden.

Voorbeeld

Verschillen tussen het hedendaags Nederlands en het Erventrouwnederlands zijn klein. Zie onderstaand een vergelijking:

Voorbeeld van hedendaags Nederlands in 2022:

Predatoren kunnen een gunstig effect hebben op de diversiteit aan soorten. Wanneer een roofdier een van twee concurrerende prooidiersoorten bejaagt, heeft de zwakkere soort, die niet of minder bejaagd wordt, ook kansen zich te handhaven. Die zwakkere soort zou zich niet kunnen handhaven zonder predator, dus is die predator in dat opzicht nuttig. Zeesterren eten bijvoorbeeld mosselen, waardoor eendenmosselen en algen zich kunnen handhaven.[1]

Voorbeeld van dezelfde bewoordingen in Erventrouwnederlands:

Roofdieren kunnen een gunstige uitwerking hebben op de verscheidenheid aan soorten. Wanneer een roofdier een van twee mededingende prooidiersoorten bejaagt, heeft de zwakkere soort, die niet of minder bejaagd wordt, ook mogelijkheden zich te handhaven. Die zwakkere soort zou zich niet kunnen handhaven zonder roofdier, dus is die roofdier in dat opzicht nuttig. Zeesterren eten bijvoorbeeld mosselen, waardoor eendenmosselen en algen zich kunnen handhaven.[1]

Richtlijnen

Naast wat de inleiding al aangaf is feitelijk het grootste verschil tussen de twee soorten Nederlands dat het Erventrouwnederlands bepaalde (strenge) richtlijnen aanhoudt.

  • Spelling is 99% volgens de richtlijnen zoals beschreven in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie, op sommige verbasteringen na die wel toegelaten worden op hun lijst.
    • Voorbeeld: 'Jij kan' wordt toegelaten op de lijst van de Taalunie, maar het ZLL erkent enkel 'jij kunt'.
  • Lidwoordgebruik lijkt op het Achterhoeks, waarbij 'den' wordt gebruikt voor mannelijke zelfstandige naamwoorden (mede om mannelijke woorden makkelijker te herkennen).
  • Den tweede naamval geniet de voorkeur als deze kan worden toegepast.
  • Indien een begrip zowel een mannelijk als vrouwelijk evenknie heeft, dan krijgt het geslacht de voorkeur die dan van toepassing is.
    • Voorbeeld: Als een man een boek schrijft is hij een schrijver, en als een vrouw een boek schrijft is zij een schrijfster.
  • Indien een begrip enkel een mannelijk woord kent terwijl ook vrouwen dezelfde rol kunnen vervullen wordt het vrouwelijke woord gemunt en toegevoegd aan het Erventrouwnederlands.
    • Voorbeeld: commissaris der Koningin/des Konings (commissaris, mannelijk, in beide gevallen) wordt gouwgraaf (mannelijk) en gouwgravin (vrouwelijk).
  • Woordgeslachten zijn beperkt tot mannelijk♂, vrouwelijk♀ en onzijdig☉ (naast gemeenslachtig♂♀ indien een woord zowel het mannelijke als vrouwelijke geslacht heeft).
  • Woorden van gelijke betekenis worden in drie takken verdeeld:
    • Evenwoorden (woorden die een volwaardig evenknie zijn wat betekenis betreft).
    • Wisselwoorden (woorden met een vergelijkbare betekenis).
    • Vertalingen (woorden die volledig uitheems zijn, insluitend bepaalde leenwoorden).
  • Begrippen die bestaan uit meerdere losse woorden, zoals een bijvoeglijk naamwoord gevolgd door een zelfstandig naamwoord worden in naamwoordgroepen verdeeld (bijvoorbeeld geroosterd brood):
    • Gemeenslachtig naamwoordgroep♂♀ (voor als het zelfstandige naamwoord zowel het mannelijke als vrouwelijke geslacht heeft).
    • Mannelijk naamwoordgroep(voor als het zelfstandige naamwoord het mannelijke geslacht heeft).
    • Onzijdig naamwoordgroep(voor als het zelfstandige naamwoord onzijdig is).
    • Vrouwelijk naamwoordgroep(voor als het zelfstandige naamwoord het vrouwelijke geslacht heeft).

Oorsprong

Het begrip Erventrouwnederlands was gemunt tijdens de oprichting van het ZLL door C. J. Righart om een gevoelsmatig sterker verband te leggen met het denkbeeld achter het zaakwoordenboek, en om begrippen als purisme en taalzuiverheid te vermijden. Het bijvoeglijk naamwoord erventrouw (nieuwvorming, 'traditioneel') was oorspronkelijk aangetroffen op de Nederlandse webstede Taaldacht.[2]

Bron

  1. 1,0 1,1 Wikipedia, de vrije encyclopedie, Predator.
  2. Taaldacht, Lastige leenwoorden.