Droelgast

Uit Zaakwoordenboek der Lage Landen
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Zelfstandig naamwoord ♂♀
Naamval Enkelvoud Meervoud
Eerste de droelgast
den droelgast
de droelgasten
Tweede der droelgast
des droelgasts
der droelgasten

Betekenis

  1. Iemand die met zijn of haar grappen het gezelschap vermaakt.[1]

Zie ook

  1. Vermaker
  2. Vermaakster

Bron