Avondlander

Uit Zaakwoordenboek der Lage Landen
Mannelijk zelfstandig naamwoord
Naamval Enkelvoud Meervoud
Eerste de Avondlander de Avondlanders
Tweede des Avondlanders der Avondlanders
Derde den Avondlander den Avondlanders
Vierde den Avondlander de Avondlanders

Betekenis

  1. Bewoner of bewoonster des Avondlands of iemand die daarvan afkomstig is.[1]

Evenwoord

  1. Europeaan (Frans).[2][3]

Bron, aantekening en/of verwijzing

  1. WikiWoordenboek, Europeaan.
  2. Woordenboek der Nederlandsche Taal, Europeaan.
  3. ZLL aantekening: oorsprong onduidelijk, maar het WNT had als aantekening dat dit woord mogelijk was gevormd onder invloed van het Franse européen, dus zodoende als Frans gemerkt.