Afdrukken

Uit Zaakwoordenboek der Lage Landen
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Scheidbaar Werkwoord
Onbepaalde wijs
afdrukken
Tegenwoordige tijd Tegenwoordige tijd bijzinvolgorde Verleden tijd Verleden tijd bijzinvolgorde
ik druk af dat ik afdruk ik drukte af dat ik afdrukte
jij drukt af dat jij afdrukt jij drukte af dat jij afdrukte
druk jij af? - - - - - -
u drukt af dat u afdrukt u drukte af dat u afdrukte
hij/zij/het drukt af dat hij/zij/het afdrukt hij/zij/het drukte af dat hij/zij/het afdrukte
wij drukken af dat wij afdrukken wij drukten af dat wij afdrukten
jullie drukken af dat jullie afdrukken jullie drukten af dat jullie/u afdrukten
zij drukken af dat zij afdrukken zij drukten af dat zij afdrukten
Voltooid deelwoord Tegenwoordig deelwoord
afgedrukt afdrukkend

Betekenis

  1. (Op papier) weergeven door middel van een afdrukker of een drukpers.[1]

Evenwoord

  1. Printen (Engels)[2]
  2. Uitdraaien

Bron





Afdruk

Zelfstandig naamwoord ♂
Naamval Enkelvoud Meervoud
Eerste den afdruk de afdrukken
Tweede des afdruks der afdrukken

Betekenis

  1. Het afdrukken.
  2. De uitkomst van het afdrukken op papier of ander bouwstof; afdruksel.[1]

Evenwoord

  1. Uitdraai.

Vertaling

  1. Print (Engels).[2]

Bron