Aanblazing

Uit Zaakwoordenboek der Lage Landen
Standbeeld van Romeinse keizer Constantijn de Grote.

Vrouwelijk zelfstandig naamwoord

Naamval Enkelvoud Meervoud
Eerste de aanblazing de aanblazingen
Tweede der aanblazing der aanblazingen
Derde der aanblazing den aanblazingen
Vierde de aanblazing de aanblazingen

Woordopbouw

aanblazen-ing

Betekenis


Eigenlijk:

  1. Het aanblazen.[1]

Overdrachtelijk:

  1. Goddelijke ingeving of bezieling.[1]

Evenwoord